Het weer

COLUMN >>>

Wij Nederlanders zijn dol op praten over het weer. Wie je ook voor je hebt, je beste vriendin of een vreemde, het weer is altijd een dankbaar onderwerp van gespreksstof. We zijn ook goed in klagen over het weer. Owww wat duurt die winter lang. Owww wat is het koud. Owww die kloteregen. Ja, het weer, nee daarvoor hoef je niet in Nederland te blijven wonen, nou weten we het wel.

Ik wed dat Nederland zo’n beetje wereldleider is in parapluverbruik per persoon per jaar. Na een stevige regenstorm zie je her en der langs de kant van de weg kapotte, verkrachte en door de wind uiteengereten paraplu’s liggen. De scherpe metalen angels steken gevaarlijk uit en het zeil wappert driftig. En dan is het eindelijk voorjaar. Ja, meteorologisch dan. Want we merkten er nog weinig van. Wat een kou, wat een grauw, wat een ellende. Tijdens een onverwacht warm weekend worden we bijna spastisch van vreugde. Barbecues worden ontstoken, witte lillende winterlichamen ontbloot, het Vondelpark raakt bezaaid met volk en is bijna niet meer doorheen te fietsen. Je merkt het meteen aan de kledingkeuze als het dan eindelijk een beetje zomer wordt. Vrouwen grissen hun sandaaltjes, sleehakken of peeptoe pumps fanatiek uit de kast, de minder modebewuste mens pakt de badslippers of crocs (mijn vingers verzetten zich tegen het typen van dit woord!) uit de bijkeuken. ’s Zomers op de fiets door de stad ben ik als enigszins fashionable persoon dan ook geobsedeerd door schoeisel. Ik kan genieten van mooie open schoenen die verzorgde voeten omhullen, en word ongelukkig van ongelakte of afgebladderde teennagels. Ik veracht onverzorgde wintervoeten met gebarste eeltkorsten aan de hiel – vooral als deze rusten in een birkenstockachtige sandaal. Gatver. Het grenst aan strijdigheid met de goede zeden, als je het mij vraagt. Vrouwen, verzorg je voeten, laat je man niet met wintervoeten de deur uitgaan en geef je buurman eeltcrème cadeau, met de vriendelijke groeten.

Maar als we dan wél gelukkig zijn met het weer, dan is die vreugde meteen zo sterk aanwezig dat deze spastische vormen aanneemt. De terrassen in Amsterdam zitten overvol, doordeweeks na 18:00 uur is passief agressief azen op een tafeltje de enige wijze om een zitplek te veroveren. En als er dan een plek bemachtigd is, verschijnt een gelukzalige glimlach en moet minstens vijf keer luid geroepen worden ‘Ohhhh heerlijk! Zo lekker dat zonnetje!’ Als het onverhoopt doordeweeks tropisch weer wordt, neemt iedereen die het zich kan veroorloven spontaan een dag vrij en staat fanatiek in de file richting het strand. De beelden van lichaam aan lichaam gevulde stranden met glimmende dikke lijven  vullen de dag erna gegarandeerd de cover van De Telegraaf.

Gelukkig blijft de Nederlander ook in de zomer trouw aan zijn aard, die van klager. Al snel is het te heet en hoor je ‘het kan ook nooit eens normaal hè, of het is te koud, of meteen zo heet!’ Bejaarden worden ervoor gewaarschuwd bij bosjes neer te vallen en als je je hond per ongeluk in je gesloten auto achterlaat riskeer je een arrestatie. Mensen die geen vrij nemen en naar kantoor gaan klagen dat ze ‘moeten’ werken, dat ze het steenkoud hebben dankzij de bedrijfsairconditioning en dat ze met de lunch niet naar buiten gaan omdat ze anders geen zin hebben om weer naar binnen te gaan.

Wat een boel halfvolle glazen bij mekaar zeg, sjongejongejonge. Mensen, geniet toch lekker van die seizoens- en weerswisselingen. Het is goed voor de bloedsomloop en maakt vakanties naar exotische oorden extra fijn. Bij kou en regen is de Hollandse bruine kroeg een zalige plek, bij warmte is er een overvloed aan geweldige festivals en fijne Hollandse stranden. Dus houd op met zeuren, en neem het weer voor wat het is.